KRW-uitzonderingen
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht waterbeheerders om een goede toestand te bereiken in alle KRW-waterlichamen in het eigen gebied. Door toepassing van de uitzonderingsmogelijkheid van doelfasering in eerdere stroomgebiedbeheerplannen is de deadline hiervoor inmiddels 22 december 2027. Is de verwachting dat een KRW-doel eind 2027 niet zal worden bereikt? Dan biedt de Kaderrichtlijn Water enkele ‘uitzonderingsmogelijkheden’ op deze resultaatsverplichting.
Alleen deze uitzonderingsmogelijkheden zijn een legitieme reden om een KRW-doel niet te halen. Het gebruik van deze uitzonderingsmogelijkheden moet gemotiveerd worden. Uitzonderingen en motiveringen moeten worden aangeleverd voor alle KRW-kwaliteitselementen en -parameters die bij de uitgevoerde KRW-toestandsbepaling nog niet voldoen of nog niet in de KRW-toestandsklasse ‘goed’ vallen.
Als uit de KRW-toestandsbepaling volgt dat een goede toestand, ofwel, een ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) nog niet is bereikt, dan is een uitzonderingsbepalingen nodig. Bij de toestandsbepaling voor de ontwerp- en definitieve Stroomgebiedbeheerplannen (in 2026 respectievelijk 2027) moeten deze motivaties voor toepassing van uitzonderingsbepalingen worden opgenomen.
Uitzonderingsbepalingen kunnen pas worden toegepast nadat bepaald is of aan het KRW-doel voldaan wordt, dus ná afronding van de KRW-toestandsbepaling (inclusief eventuele beheerdersoordelen).
Onze Servicedesk staat voor je klaar
Heb je een vraag? Heb je ondersteuning nodig?
Neem contact op met de Servicedesk van het Informatiehuis Water!
